Blog

8 tips voor astrofotografie

Posted by:

8 tips voor astrofotografie

Ik weet niet of je wel eens één van mijn astrofoto’s voorbij hebt zien komen, maar ik krijg regelmatig de vraag hoe ik deze in hemelsnaam gemaakt heb.

Het antwoordt is simpel, en toch vaak verrassend voor veel mensen. Ik maak namelijk gebruik van een digitale camera met daarop een lens….. niet veel meer dus dan een doorsnee fotograaf gebruikt.

Moddergat bij nacht; Sony A7R3 + Samyang 12mm f2.0, ISO1600, 13sec

Als het dan toch zo eenvoudig is betekend het dan ook dat jij zelf een poging kan wagen om een astrofoto te maken? Jazeker kan dat, alleen is er wel enige kennis verijst voor het juiste gebruik van de apparatuur. In de onderstaande tips geef ik u alvast een leidraad waardoor ook jij vanuit je eigen achtertuin een poging kunt wagen om een geslaagde astrofoto te maken.

  1. Welke camera moet ik gebruiken:

Een digitale camera uiteraard. Het liefst eentje die weinig ruis genereerd bij hoge ISO waarden en eentje die in het RAW-bestand kan fotograferen. De foto’s in dit artikel zijn door mij gemaakt met een Sony A6000 welke mij ter beschikking is gesteld door CameraNu.nl. Het schijnt dat de Canon6D ook erg goed presteert op dit gebied, maar in de regel mag je ervan uitgaan dat alle huidige camera’s prima geschikt om ruisarme beelden te genereren bij hogere ISO waarden.

De Sony A73 is een camera die heel goed te gebruiken is voor astrofotografie
  • Welke lens moet ik gebruiken:

Bij astrofotografie draait alles om het verzamelen van zoveel mogelijk licht in een bepaald tijdsbestek. Hoe meer signaal/licht je op kunt vangen hoe beter. Een lens met een diafragma van f2.8 of kleiner (f1.4 bijvoorbeeld) zijn uitermate geschikt. Lenzen die erg goed presteren op het gebied chromatische aberratie en coma zijn bijvoorbeeld de Sigma-art lenzen. Maar ook de veel goedkopere manuele lenzen van Samyang staan zeker hun mannetje.

Samyang heeft hele betaalbare, high-end objectieven die zeker niet onder doen voor de dure Canon, Nikon of Sony lenzen.
  • Welke ISO waarde moet ik gebruiken:

Afhankelijk van het onderwerp, de lichtsterkte van je lens (F-waarde) en de hoeveelheid lichtvervuiling bij u in de buurt is een ISO-waarde tussen de 400 en 3200 vrij gebruikelijk. Er zijn ook wel gevallen bekend waarbij men op ISO 10.000 fotografeert met spectaculaire resultaten. Maar, dat is meer iets voor de gevorderde astrofotograaf.

  • Hoelang moet ik belichten:

Afhankelijk van welk effect je wilt bereiken varieert de belichting van een astrofoto tussen de 10 seconden tot enkele minuten. Als je bijvoorbeeld een sterrenspoor foto wilt maken dan zet je de camera op de bulb stand en laat je de sluiter bijvoorbeeld een minuut of 5 open staan. Zorg er wel voor dat je foto niet overbelicht raakt door de ISO-waarde juist in te stellen voor zo’n lange belichtingstijd. De rotatie van de aarde t.o.v. de nachtelijke hemel zorgt er dan voor dat de sterren als lichtsporen worden weergegeven op de foto.

Wanneer je juist de sterren als lichtpunten, en zo scherp mogelijk, op de foto wilt krijgen kunt u de zogenaamde “rule of 400” hanteren. Hierbij bereken je de maximale belichtingstijd die nodig is om de sterren nog als lichtpunten weer te geven, alvorens deze spoorvorming beginnen te vertonen, door het getal 400 te delen door de brandpuntsafstand van je lens. Als voorbeeld gebruik ik hier een 35mm lens. De maximale belichtingstijd bij gebruik van deze lens is dus 400/35 = 11 seconden. Er bestaan ook regels die de “rule of 500” hanteren, maar ik persoonlijk gebruik liever de 400-regel aangezien je dan iets meer speling hebt voordat er stersporen ontstaan in je foto. Het gebruik van deze regel werkt vooral goed bij lenzen tot 50mm.

Zowel de vorgrond als de sterren scherp? Gebruik de 400-regel.
  • Kan ik ook langer belichten:

Ja dat kan zeker. Er zijn tal van apparaten op de markt die voor de rotatie van de aarde  compenseren. Ikzelf maak gebruik van een Skywatcher Star Adventurer. Hierbij zijn belichtingstijden tot enkele minuten haalbaar. Het grootste voordeel hiervan is dat je hierdoor de ISO-waarde kunt verlagen wat weer resulteert in een “schonere” foto met minder beeldruis. Een snel rekenvoorbeeld leert ons dat een foto van 30 seconden op ISO 3200 het zelfde signaal geeft als een foto van 4 minuten op ISO 400 (3-stops verschil) waarbij de foto gemaakt op ISO400 veel minder beeldruis zal vertonen.

Met een Omegon Minitrack V2 kan je tot enkele minuten belichten zonder sterspoorvorming.
  • Wat heb je nog meer nodig:

Naast al deze apparatuur is een stevig statief een vereiste. Aangezien de camera tijdens de belichting niet mag bewegen om bewegingsonscherpte te voorkomen is een statief die tegen een aardige windstoot kan dus wel aan te raden. Het zou jammer zijn als je een nacht hebt gefotografeerd en er thuis achter komt dat bijna geen enkele foto scherp is geworden omdat het die avond flink waaide.

Daarnaast is het verstandig om een afstandsbediening aan te schaffen. Hierdoor kan je de camera van een veilige afstand bedienen zodat je niet per ongeluk tegen het statief aanschopt. Ook hoef je dan niet fysiek de knop van de sluiter op de camera in te drukken wat weer trillingsonscherpte voorkomt.

  • Locatie:

Zoals ik in de inleiding van dit verhaal al heb aangegeven kunt u het best beginnen met astrofotografie vanuit uw achtertuin. Als u eenmaal vertrouwt bent met uw opstelling en het bedienen van uw camera in het donker kunt u overwegen om eens een echt donkere locatie op te zoeken. Hoe donkerder de locatie hoe meer “signaal” je uit de ruimte zult opvangen en hoe beter je astrofoto’s zullen worden. Een paar goede plekken in Nederland zijn bijvoorbeeld halverwege de afsluitdijk bij Breezand, in het Lauwersmeergebeid, op het Aekingerzand nabij Applescha of op één van de eilanden, waarbij Terschelling de voorkeur geniet omdat dit eiland officieel de status van Dark Sky Park heeft verkregen.

Echt donkere plekken vindt je in Nederland vooral op de Eilanden, zoals hier op Texel in de Slufter.
  • De Nabewerking:

Over hoe je het beste een astrofoto kunt nabewerken bestaan vele tutorials op internet. Google gewoon eens op “astrophoto editing” en je vindt een legio aan voorbeelden. Wel wil ik je nogmaals meegeven dat je het beste in het RAW-bestand kunt fotograferen. Dit geeft je in de nabewerking van de foto’s de meeste vrijheid om witbalans, belichting, contrast en kleur nog naar eigen smaak aan te passen.

Ik hoop dat je wat hebt gehad aan de bovenstaande tips en dat je ook zoveel plezier beleeft aan het maken van je eerste astrofoto. Je zal versteld staan wat er allemaal “te zien” valt aan de nachtelijke hemel.

Mocht je nog vragen hebben dan kan je deze altijd stellen door een mail te sturen naar info@rutgerbus.nl

0
  Related Posts
  • No related posts found.
error: Content is protected !!